Placeholder image

Lerarentekort speelt basisscholen parten bij wegwerken achterstanden door corona

21 juli 2021
Interview met bestuurder Marton de Pinth


Schoolbestuurders Marton de Pinth en Eveline Driest maken zich zorgen over de toekomst.
© foto Taco van der Eb

Het klonk zo mooi: het ministerie van onderwijs komt met miljarden om de achterstanden die door corona op scholen zijn ontstaan in twee jaar weg te werken.

Maar basisschoolbestuurder Marton de Pinth van PROO Leiden/Leiderdorp is bang dat het daar niet helemaal van gaat komen. „Ik voorzie dat we er door het lerarentekort na de zomervakantie bijna toe veroordeeld worden om de extra handen van leraren, leraar-ondersteuners en onderwijs-assistenten die we nu aannemen in het reguliere werkproces in te zetten, terwijl je dat eigenlijk niet wilt. Want je wilt juist extra mogelijkheden bieden door kinderen in kleine groepjes of individueel extra instructie te geven en klassen te splitsen."

Eveline Driest van de 28 Sophia Scholen in de Duin- en Bollenstreek heeft haar klassen rond, maar zoekt nog wel mensen voor wat zo mooi het Nationaal Programma Onderwijs heet.

Nadenken
Hoe jammer de schoolbestuurders dit allemaal ook vinden, ze wijzen er tegelijk op dat de situatie lang niet zo erg is als in grote steden als Den Haag. Daar slagen veel scholen er niet eens in om een meester of juf voor alle groepen te krijgen, al járen niet.

„Toch gaan we na de zomervakantie goed nadenken over de vraag: wat gaan doen als er helemaal niemand meer is", meldt De Pinth. Hij voorziet als eerste stap dat de als extraatje bedoelde handen een gewone klas krijgen. Stap twee zou wel eens een gesprek met de pabo kunnen worden over het meer gaan inzetten van zij-instromers, mensen dus die switchen van ander werk naar het onderwijs. „Grote vraag: hoe kunnen we we die versneld op de scholen krijgen? Om toch de mensen in de klassen te krijgen, moeten we daar echt stappen in zetten."

Ook in de Duin- en Bollenstreek is het krap. Zo geeft Driest aan dat er 'geen leraren ziek of zwanger mogen worden. „Want de vervangingspoule voor onze scholen, die het afgelopen schooljaar nog twintig fte's telde, slinkt komend jaar naar drie. En dat komt vooral doordat we ze een plek hebben kunnen bieden om, ook met de extra gelden, vast voor de klas te gaan staan."

Doorsijpelen
Voordat ze bestuurder in de Duin- en Bollenstreek werd, werkte Driest bij een koepel met zeventig scholen in heel Rotterdam. „Van daar weet ik hoe nijpend het lerarentekort kan zijn. Daar startten we een schooljaar met 25 groepen waarvoor we geen leerkracht hadden. En dat betekende dat we ook intern begeleiders en directeuren voor de klas moesten zetten - soms bijna een heel schooljaar lang. Daardoor werd het werk dat zij normaal deden, niet gedaan. En dat is niet goed voor een school. Je merkt nu dat het lerarentekort doorsijpelt. Ook wij ondervinden inmiddels dat het moeilijker wordt om vacatures te vervullen. Leraren hebben immers echt iets te kiezen.

„We hebben meegemaakt dat mensen zeggen dat ze bij ons komen werken en een week later er toch vanaf zien. Bijvoorbeeld omdat ze bij ons een groep vijf konden krijgen en elders een groep drie. En daar lag net iets meer hun hart.

„Dat ook in deze streek huizen steeds vaker worden overboden, maakt het er niet beter op. Het is zo bijna niet meer te doen om met een lerarensalaris een huis te kopen. Hogere salarissen zouden dus helpen. Het is hartstikke leuk hoor, de gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs. Maar het zou fijner zijn wanneer de bekostiging structureel omhoog gaat. Je merkt dat best veel mensen interesse hebben voor het vak van leraar, maar er soms niet voor kiezen omdat ze elders veel meer kunnen verdienen. Stijgt het salaris, bijvoorbeeld naar het niveau van een leraar op de middelbare school, dan hoop ik dat meer mensen naar de pabo gaan."

Achteruit
Driest hoopt daarbij ook op meer zij-instromers. „Die gaan er in salaris nu wel heel erg op achteruit als ze van het bedrijfsleven overstappen naar het basisonderwijs. En natuurlijk is het heel leuk dat ze hart voor onderwijs hebben en passie voor kinderen, maar daar eet je geen boterham van, om het maar even simpel te zeggen. Ook voor onze stichting is het kostbaar om zij-instromers in dienst te nemen, want de subsidie dekt de kosten niet."

Toch neemt haar stichting ze graag. Niet alleen omdat er handjes nodig zijn, maar ook omdat het goed is voor de diversiteit. „Het zijn hele interessante mensen die - doordat ze wat anders hebben gedaan - met een andere achtergrond het onderwijs inkomen. Dat voegt wat toe aan een team."

PROO boorde, met nog enkele schoolbesturen in de Leidse regio, het afgelopen jaar een nieuwe groep aan: jongeren die na de middelbare school, in een tussenjaar, wilden ervaren of onderwijs wat voor hen is. In een tien weken durende leer-werkchallenge verzorgden ze projectweken en workshops op scholen en draaiden daar ook een week mee als onderwijs-assistent. En wat bleek na afloop? Dat van de 29 deelnemers er 11 door willen in het onderwijs. „Komend schooljaar gaan we er ook graag mee door", meldt De Pinth.

Houden
Verder lijkt de winst vooral te zitten in het houden van het personeel dat je binnen hebt gehaald. Zo worden beginnende leraren begeleid door een coach die ervoor zorgt dat de overgang gladjes verloopt en ze ook 'matchen' met de school waar ze aan de slag gaan.

„Tevens helpt zo'n coach ze richting de verschillende coachingstrajacten die een koepel als de onze heeft, soms weer met andere koepels", meldt De Pinth. „Verder hebben we een traject waarin leraren kennismaken met de mogelijkheden die onze scholengroep en Leiden kennisstad bieden."

Want ook leraren kunnen een leven lang leren. „Zo kunnen ze specialist worden in bepaalde vakken en meedenken met het schoolteam over het verbeteren en ontwikkelen van pakweg rekenonderwijs. En dat vinden mensen super-interessant", geeft de PROO-voorman een voorbeeld. „Ook werken we nu samen met het Da Vinci, zodat leraren van de bovenbouw van het basisonderwijs les kunnen geven in de onderbouw van de middelbare school en leraren van het middelbare onderwijs vakonderwijs op een basisschool kunnen verzorgen."

Verder helpen PROO en de Sophia Scholen onderwijs-assistenten graag een stapje verder in hun loopbaan. Na een cursus kunnen assistenten, die in klassen helpen of met kleine groepjes leerlingen werken, zich namelijk leraar-ondersteuner noemen. En ondersteuners mogen duidelijk meer. Zo kunnen ze, onder verantwoordelijkheid van een groepsleerkracht, instructie geven. Is een leraar ziek, dan mogen ze zelfs een groep overnemen. „Sommigen hebben aangegeven door te willen naar de pabo om leraar te worden. En daar zijn we hartstikke blij mee", meldt Driest.

Meedenken
Zo breed mogelijk meedenken met leraren, is ook op haar Sophia Scholen het devies. „Willen ze bijvoorbeeld meer of minder uren werken, dan wijzen we hen op een passender vacature bij een andere school van de stichting. Zo maken we het werk passend en aantrekkelijk."

Door de strakke cao-regels valt aan het salaris van leraren weinig te sleutelen. Bij onkostenvergoedingen is meer mogelijk. Krijg je normaliter pas een kilometervergoeding wanneer je op redelijke afstand van je werk woont, bij Sophia Scholen loopt de teller al al bij de eerste kilometer. Driest: „Ook als je met de fiets naar je werk komt. En we hopen dat mensen dat fijn vinden. Ook hebben we in september een strandfeest voor al het personeel gehouden - behoudens corona-maatregelen natuurlijk. Omdat we waarderen hoe hard iedereen werkt."

De Pinth is blij dat gemeenten als Leiden 'beginnen in te zien dat ze iets extra's voor leraren moeten doen, net als Den Haag en Amsterdam'. „Niet alleen om parkeervergunningen te bieden aan leraren die buiten de stad wonen, ook arbeidsmarkt- en woningtoelagen worden echt steeds harder nodig."

Hoewel er van alles gebeurt, blijven de zorgen. Voor het komend jaar, maar helemaal voor de jaren daarna. Want dan stromen de babyboomers uit en is - ook in deze regio - de instroom van nieuwe leraren kleiner dan de uitstroom.

Welkom
„In principe is iedereen welkom in het onderwijs", zegt Eveline Driest, bestuurster van Sophia Scholen. „Al merk je wel dat mensen die ervaring en affiniteit met kinderen hebben gemakkelijker de omslag maken. Mensen bijvoorbeeld die coach zijn op de voetbalclub en denken: 'ik vind het hier al leuk om met kinderen te werken, misschien is ook onderwijs wat voor mij'."

Wie vanuit een andere baan naar het onderwijs wil, kan op de website van het ministerie van onderwijs kijken of hij in aanmerking komt voor het zij-instroomtraject en solliciteren bij een koepel als die van Driest. „Wij zorgen er dan voor dat ze in hun eerste jaar met een ervaren leerkracht voor de groep staan. Want we willen heel graag dat het ze goed gaat."

In Leiden hebben de samenwerkende koepels voor basisonderwijs en de opleidingsinstituten leerkrachtwordeninleiden.nl opgezet. Wie in de Leidse onderwijsregio aan de slag wil, neemt simpelweg contact op met een adviseur.

Bron: LeidschDagblad, 21-07-2021