Placeholder image

Kinderboek als baken in snelle tijden

06 november 2018
Een stimulans om meer verhalen te vertellen in de klas en meer te lezen. Zo presenteerden Jeugdboekhandel Silvester, de pabo van de Hogeschool Leiden en BplusC twee jaar geleden de ’Eerste Leidse dag van het Kinderboek’. Woensdag is editie nummer twee, opnieuw in de hogeschool. En daar zien onderwijzers Alex Duivenvoorde en Carien Langeveld al tijden naar uit. Bron: www.leidschdagblad.nl, 6 november 2018

Als taal- en leescoördinatoren weten Alex Duivenvoorde en Carien Langeveld hoe je door het lezen van verhalen en gedichten beter kunt begrijpen en voelen wat je leest. ,,En alleen dan kun je het leuk vinden’’, weet Duivenvoorde.

„Maar wat merk je? Dat begrijpend lezen achteruit is gegaan, hoe goed kinderen ook zijn in technisch lezen”, weet Heleen Janssen van Jeugdboekhandel Silvester. ,,De verklaring? Net als volwassenen hebben kinderen minder tijd voor een boek in onze vluchtige en vaak zo hectische tijden.”

„Het mooie van zo’n Leidse dag van het Kinderboek is dat het je allemaal handvatten biedt om kinderen toch te laten lezen”, weet Langeveld, naast leescoördinator ook leerkracht van groep zes op de Lucas van Leydenschool.

Zo maakte een workshop haar duidelijk hoe jammer het is dat vooral jongens niet meer lezen, maar ook waarom dat zo is. Kunnen meisjes echt in een boek duiken, jongens zijn vaak al verveeld na tien bladzijden. „De oplossing: informatieve boeken. Dan kunnen ze ook korte stukjes lezen.”

Julius Zebra

Als boekverkoopster weet Janssen dat er ’steeds meer van die boeken zijn’, zoals ’321 superslimme dingen’ van Mathilda Masters. Duivenvoorde, leescoördinator op de Joppenszschool: „Ook komen er meer van die boeken die in verhalende vorm en met humor zijn geschreven, zoals Julius Zebra.”

„En met laagjes”, weet de verkoopster. „Zoals ’De grond onder je voeten’. Daarin zie en lees je precies waar je op staat. Via rioolpijpen, kopjes en schoteltjes naar het middelpunt van de aarde.”

Langeveld: „Ik ben gaan inzien dat er niks tegen boeken met plaatjes is, zeker niet voor jongens. Ze moeten wel illustreren wat je hebt gelezen. Want dan bevorderen ze het begrijpend lezen.’’

Tijdens de tweede editie hoopt ze, via de workshop ’Dicht in de klas’, te leren hoe ze meer kan doen met gedichten in de klas. ,,We hebben nu een cultuur waarin alles zo direct in beelden te zien is - ook op de smartphone - dat het ten koste gaat van het voorstellingsvermogen. En het mooie van gedichten is nu juist dat je daarin de prachtigste beelden voor je kunt zien. Of de dingen zo lekker op zijn kop kunt zetten. Dat de teksten niet zo lang zijn, is ook mooi meegenomen.’’

Omdat zijn hobby toneelspelen is, doet Duivenvoorde dat er tijdens het voorlezen in zijn kleuterklas graag bij. ,,Ik draag een cape als ik koning moet zijn, maak armbewegingen en stemmetjes. Praat hard en zacht. En ook mijn gezicht past zich aan. Maar die dag gaf me een zetje om het vaker te doen. Ik sta zelfs op een kast als het moet.” De in Iran geboren meesterverteller Sahand Sahebdivani heeft daar alles mee te maken. Die zorgde dat Duivenvoorde ’zwevend op een wolk naar buiten kwam’ en uitziet naar de verteller die de komende editie zal afsluiten.

Tussendoor kreeg deze leraar voor elkaar dat er op de Joppenszschool - net als toen hij nog leerling was - tot en met groep acht wordt voorgelezen. Vragen collega’s hem wat ze moeten voorlezen, dan adviseert hij ze op maat. ,,Ik merk bijvoorbeeld dat de groep acht van dit jaar heel andere interesses heeft dan die van het jaar ervoor.’’

Iedereen leest

Verder beginnen alle groepen de dag - ’in principe’ - met een kwartiertje lezen. Op de Lucas van Leydenschool wordt alleen de woensdag daarmee afgetrapt. ,,Maar dan leest wel iedereen, ook de conciërge en de directeur’’, weet Langeveld. ,,Want het is belangrijk wanneer kinderen zien dat volwassenen net zo goed lezen. Het serieus nemen. En leuk vinden.”

Dat het werkt, merkt ze wanneer kinderen klaar zijn met hun taken. ,,Ze pakken dan eerder een boek en een koptelefoon. Terwijl ze ook een spelletje hadden kunnen doen. Of een extra opdracht.’’

Het zou daarbij zeker schelen dat hun scholen, na de eerste dag van het Leidse kinderboek, zijn gestopt met de boekbesprekingen oude stijl. Langeveld: ,,Want die maakten totaal niet enthousiast om te gaan lezen. De leerling die de beurt had, draaide het geijkte verhaal af. Bij nummer twee merkte je al dat de klas onderuit ging hangen en totaal niets meer opnam. Nu vormen we graag een binnenste en een buitenste kring. En de leerlingen in de ene kring vertellen de klasgenoot die tegenover hen zit in twee minuten waarom ze een bepaald boek hebben gelezen, wie de schrijver was, waar het over ging enzovoorts. Het leuke is: bij iedere volgende speeddate wordt het verhaal beter.” Duivenvoorde: „En wanneer kinderen een paar keer de naam van dezelfde schrijver horen, krijgen ze zoiets van: die moet ik ook maar eens proberen.”

En wat te denken van opdrachten als: teken je favoriete omslag, maak een ander einde aan een boek of zoek voor je maatje een boek uit in de bieb? Duivenvoorde: ,,Bij die laatste opdracht merken we dat kinderen het uitgekozen boek liever niet doorgeven, maar zelf willen lezen. Geweldig toch?’’

Op de Leidse Dag van het Kinderboek komen studenten van de Hogeschool Leiden op enkele basisscholen een ander alternatief uitproberen: de boekensushi. Kinderen moeten daarbij een boek doorgeven dat ze niet kennen, maar waar ze toch wat over dienen te zeggen na een korte bestudering.

Bron: www.leidschdagblad.nl, 6 november 2018