Placeholder image

Leidse Impulsklas boekt goede resultaten

20 december 2016
Kinderen die druk zijn en moeite hebben zich te concentreren werden vroeger veel sneller naar het speciaal basisonderwijs gestuurd. Als gevolg van de wet op passend onderwijs blijven ze steeds vaker op hun eigen school. Een hulpmiddel hierbij, in Leiden en omgeving, is de Impulsklas, een programma van twaalf weken waarbij ouders intensief betrokken worden. Hogeschool Leiden doet er onderzoek naar en is enthousiast. (Bron: Leidsch Dagblad, 20 december 2016, Janneke Dijke)

Gino laat trots zijn resultaten zien aan de medeleerlingen van de Impulsklas. Hij heeft allemaal vieren, de hoogste score. En dat in de drukke, feestelijke decembermaand. De juffen Désirée Keijzer en Chantal Neys geven hem complimenten. ,,Hoe komt dat nou, dat het je lukt om je te concentreren?’’, vraagt Keijzer. ,,Ik doe net alsof er een glazen kast om me heen is. Ik kijk naar de juf en niet naar de anderen’’, antwoordt Gino. De andere zeven kinderen luisteren, samen met hun vader of moeder die naast hen zit.

Ook Koen is vooruit gegaan. ,,Je cijfers zijn mooi stabiel’’, zegt Keijzer. Koen weet waardoor dat komt. ,,Als ik me concentreer ben ik bezig met m’n werk en niet met andere dingen. Ik krijg nu meer af.’’ Michiel heeft een manier gevonden om zijn energie kwijt te kunnen tijdens de les. Als hij tijdens de rommelige overgang van de ene naar de andere les onrustig wordt, mag hij even de klas uit om de trap op en af te rennen. ,,Als ik terugkom zijn de andere kinderen aan het werk en ga ik ook meteen aan de slag.’’ Ook zijn cijfers stijgen.

In 2013 kwam dit Deense project, daar bekend als Family Class, naar Nederland. Leiden was de eerste plek waar de Impulsklas begon, als initiatief van De Vlieger, een school voor speciaal basisonderwijs. Sindsdien hield De Vlieger het project op tien plekken in Leiden en omgeving. Net waar de kinderen die er op dat moment behoefte aan hebben vandaan komen, en waar een klaslokaal vrij is. Op dit moment draait de klas onder andere in Zoeterwoude en de Leidse Stevenshof, maar er waren eerder ook klassen in Leiden-Noord, de Merenwijk en het Morskwartier. Bij elkaar deden in deze regio 124 kinderen mee.

Ouders

,,Het is een spannende en veelbelovende ontwikkeling’’, vindt Annemieke Mol Lous, lector passend onderwijs bij Hogeschool Leiden. Samen met Koen de Jonge onderzoekt zij de effecten. ,,Onlangs was het passend onderwijs kritisch in het nieuws. Dit is een voorziening die erbij helpt om meer kinderen in het regulier onderwijs te houden. Het is geen zware hulpverlening.’’

De manier van werken in de Impulsklas hoort bij de positieve psychologie en valt onder de systeemtheorie, waarbij alle partijen rond het kind meedoen. Ook de ouders. In de Impulsklas, die een ochtend per week gehouden wordt, zitten zij naast hun kind. Ze zien hoe de leerkrachten met hun kind omgaan: complimenten geven over wat goed gaat, niet bekritiseren wat mis is. Ze zien hoe hun kind zelf doelen formuleert voor op zijn doelenkaart. Die kaart vult het kind zes keer per dag met zijn eigen leerkracht in, op de dagen dat hij naar zijn eigen basisschool gaat.

Maar ook de ouders moeten zo’n kaart invullen. Zo leren ze zien hoe hun kind vooruit gaat. ,,Soms zien ouders er tegenop om twaalf ochtenden mee te komen, omdat ze vrij moeten nemen. Het valt op dat vooral vaders zeggen dat het niet te regelen is. Maar als ze een keer geweest zijn, vinden ze het zo fijn dat ze vaker komen’’, vertelt Keijzer. ,,Ouders zeggen vaak: thuis heb ik geen probleem. Maar door te zien hoe het er op school aan toe gaat, merken ze dat ze daar thuis tóch iets aan kunnen doen.’’ Bijvoorbeeld door het kind thuis niet constant aandacht te geven. Want dan wil het dat op school ook.

Adhd

Eric Bakker is vader van Rens. ,,We zien verbetering, de meester zegt het ook. Hij focust nu op wat hij moet doen, niet op wat er om hem heen gebeurt.’’ Rens’ ouders waren bang dat hij het etiket adhd zou krijgen. ,,Dat is bij onze oudste zoon gebeurd, die heeft precies hetzelfde en kreeg zelfs een tijdje medicijnen.’’ Bij Rens lijkt dat nu niet nodig. ,,Het hoeft allemaal niet zo moeilijk. Gewoon helpen is genoeg’’, vindt zijn vader.

Ook Thea Zandbergen, de oma van Gino, is blij met de methode. Zij voedt haar kleinzoon op als gevolg van problemen thuis. ,,Zijn hoofd zat vol. Hij was met andere dingen bezig, kon zich niet concentreren en hield anderen van het werk. Hier leerde hij zijn eigen doelen verzinnen. Dat is heel belangrijk: niet wat de juf of ik wil, maar wat hij zelf wil.’’ Wat wilde Gino leren? ,,Luisteren naar de uitleg van de juf en niet letten op anderen.’’ Gino streefde al snel naar de hoogste scores. ,,Hij hoeft zijn schoolwerk nu niet meer thuis af te maken, en maakt meer contact met mij. Het complimenten geven gaat me ook steeds beter af. Je vangt meer vliegen met stroop dan met azijn.’’

De kinderen die in aanmerking komen voor de Impulsklas hebben vaak een kort lontje, of komen niet uit hun schulp en stagneren daardoor. ,,De kracht van deze aanpak is dat je met kleine stapjes werkt’’, zegt Mol Lous van Hogeschool Leiden. ,,Zelfstandig werken is misschien lastig. Dan probeer je het eerst tien minuten.’’ De waaromvraag – waarom word je steeds boos – wordt niet gesteld. ,,We vragen: wat kun je doen als je boos wordt? Het kind moet leren inzien hoe het reageert, zodat het zijn gedrag kan veranderen. Dan krijgt het vertrouwen in zichzelf en een trotse reactie. Dat motiveert.’’

Onderzoek

Op korte termijn heeft de aanpak effect, blijkt uit onderzoek. Vanuit het lectoraat passend onderwijs van Hogeschool Leiden onderzoeken Mol Lous en De Jonge de resultaten van Impulsklassen in onder andere Leiden, Breda en Den Bosch. ,,Duidelijk is: je moet zo jong mogelijk beginnen, en het heeft het meeste effect als de ouders er actief bij betrokken worden’’, zegt Mol Lous.

Een punt van aandacht is nog wat er gebeurt als de Impulsklas na twaalf weken ophoudt. Leerkrachten krijgen het advies om door te gaan met het invullen van de doelenkaart, en het daarna langzaam af te bouwen. Indien nodig kunnen ze het weer intensiveren. Oma Zandbergen denkt dat dat noodzakelijk is. ,,Je zou er eigenlijk een jaar mee door moeten gaan. Je kunt jezelf niet in twaalf weken veranderen.’’

Hogeschool Leiden bereidt een onderzoek voor om te achterhalen of er na een paar jaar nog steeds een positief effect is. En Mol Lous wil de manier van werken meegeven aan alle Leidse pabostudenten. ,,Dan kun je een nog grotere groep leerlingen bereiken.’’