Placeholder image

Directeur Ger van der Meer vertelt over de buurtcultuur: Groeten uit de Slaaghwijk

03 februari 2020
Aandachtsgebied, probleemcumulatiegebied, sociale vernieuwingswijk: de Slaaghwijk was het allemaal. Tientallen miljoenen werden er besteed om de wijk beter te maken. Wat leverde het op? Deze serie verhaal van verslaggever Aad Rietveld werd mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds. Bron: Leidschdagblad, 1 februari 2020

Het samenscholingsverbod bij de voetbalkooi aan het Reigerpad was vorig jaar al opgeheven, de verbodsborden zijn deze maand eindelijk ook weggehaald. Niet meer nodig, vond de politie.

Bewoners van de Slaaghwijk hebben van luidruchtige, blowende, vervelende jongens bij de voetbalkooi niet veel last meer. Maar voor die jongens zelf is de wijk niet echt een veilig omgeving, zeggen de jongerenwerkers, wijkagent Perry Vrijburg en directeur Ger van der Meer van de Brede School.

,,Jongens worden hier soms al op jonge leeftijd gerecruteerd als drugsrunner'', zegt Vrijburg. ,,Ze zijn vatbaar voor het grote geld en worden enthousiast gemaakt door andere jongens die daarmee veel geld verdienen en vertellen dat dat makkelijk is. Die jongens gaan verzuimen van school, worden een klas lager gezet en dan komen de ouders bij mij op de lijn. Die zeggen: ik ben mijn zoon kwijt, hij komt nauwelijks meer thuis.''

Aanzien

Leerkrachten van de Brede School Merenwijk vertellen ouders al over de gevaren van de straatcultuur in de wijk. Directeur Ger van der Meer: ,,Die draagt grote risico's in zich. Wij zeggen tegen de ouders dat hun kinderen zich kunnen ontwikkelen op drie ladders: de thuisladder, de schoolladder en de straatladder. En dat laatste willen we voorkomen, want de straatcultuur in deze wijk draagt grote risico's in zich. Kinderen die zich op die straatladder richten, gaan het minder goed doen op school of vallen uit. Het vervelende is: het is wel de ladder waar het snelst op kunt stijgen. Beetje brutaal doen op straat, mensen uitdagen, pesten, snode plannetjes bedenken en je wint al in aanzien.''

Van der Meer kent ouders, vertelt ze, die daarom niet willen dat hun kind op straat speelt. ,,Want geen ouder wil dat zijn kind in de criminatiteit terecht komt.'' Het doet denken aan een verhaal dat student Tommie Lambregts van de Universiteit Leiden, die etnografisch onderzoek deed naar jeugd in de wijk, hoorde van een man die uit de Slaaghwijk naar elders was verhuisd. ,,Hij vertelde dat hij geweldige jeugd had gehad in de wijk, maar dat hij niet wilde dat zijn kinderen er opgroeien.''

Jongerenwerker Sad Ajar woonde er niet, maar kwam in zijn jongensjaren veel in de Slaaghwijk om te voetballen. ,,Ze hadden daar de mooiste voetbalkooi van Leiden. Daar voetbalden we en hingen we rond tot onze ouders belden dat we thuis moesten komen.'' Er kwamen in die tijd ook weleens mensen naar de kooi om tegen de jongeren te mopperen over hun gedrag, herinnert Ajar zich. ,,Maar als ze gewoon gevraagd hadden of we wat rustiger wilden doen, hadden we dat heus wel gedaan.''

Hier verzamelen we de komende tijd alle artikelen die in deze serie verschijnen.

Gesprek

Volgens zowel de wijkagent als de jongerenwerkers is de jongerenoverlast in de wijk de afgelopen jaren minder geworden. Ajar denkt dat dat voor een deel te danken is aan het project Talent on Playground. ,,Als een groep jongeren voor overlast in de wijk zorgt, gaan we daar op af en beginnen een gesprek. Dan is er altijd eentje die het woord voert. Die nodigen we uit voor een gesprek en geven we een baantje als vrijwilliger. Meestal zijn dat namelijk degenen met leiderschapskwaliteiten. Wij zorgen dat ze die op een positieve manier inzetten; we laten ze twee keer in de week een sportactiviteit organiseren. Zij moeten dan voor de groep staan en zorgen dat alles goed en eerlijk verloopt.''

Die 'talenten' - Ajar was er zelf n voor hij als stagiair en vrijwilliger en acht jaar geleden als professioneel jongerenwerker in de Slaaghwijk aan de slag ging - moeten onder alle omstandigheden een voorbeeld zijn. ,,We maken ze duidelijk dat ze dat positieve gedrag te allen tijde moeten vertonen'', vertelt Ajar. ,,Als ze buiten die sportactiviteiten om weer rottigheid uithalen, werkt het natuurlijk niet. We geven ze trainingen in leiding geven en omgaan met conflicten en elke maand hebben we samen een gesprek. We hebben nu zes talenten in Leiden-Noord en vier in de Slaaghwijk en het werkt heel goed. We vragen ze ook om het tegen ons te zeggen als iemand in de groep afglijdt, niet meer naar school gaat, op het verkeerde pad dreigt te komen.''

Vijf jaar geleden was het wel anders in de wijk, zegt Ajars collega Ronald Meivogel. Toen hij vijf jaar geleden begon in jongerencentrum De Toekomst in de Sperwerhorst was dat 'een drugshol'. Twintigers en dertigers, de meesten van Marokkaanse afkomst, zaten er te blowen en te drinken. ,,En daar wordt jij dan als Hollander neergezet. Je krijgt een bosje sleutels en je ziet maar.''

Meivogel zette de groep buiten. ,,Dat vonden ze niet tof.'' Hij moest een paar keer 's avonds de politie bellen als hij De Toekomst wilde verlaten. ,,Dan zei ik: ik wil nu naar huis en die jongens staan hier voor het hek. Niet dat ik bang ben hoor, als ik in de auto zit, ben ik het alweer vergeten. Maar je weet niet wat er kan gebeuren.'' Hij neemt die groep ook niets kwalijk, zegt hij. ,,Dat zijn ook slachtoffers, die hebben allemaal honderd hulpverleners gehad.''

Chaos

Inmiddels richt het jongerenwerk in de Slaaghwijk zich op kinderen van 10 tot 15 jaar. ,,Die kun je nog kneden.'' Wijkagent Vrijburg komt wel eens bij de inloopmiddagen in het jongerencentrum en verbaast zich dan over het geduld van Meivogel. ,,Het is vaak een volstrekte chaos, ik zou daar binnen een half uur gek worden.'' Die chaos is juist goed, vindt de jongerenwerker. ,,Als ze hier met hun armen over elkaar op de bank zitten, gebeurt er niks. Als ze aan het klooien zijn, voelen ze zich blijkbaar thuis.''

Bij alle positieve berichten over afnemende overlast; volgens het twee jaar oude, gemeentelijke rapport Van Slaaghwijk naar Slaaghrijk worden daar 22 jongeren die een strafblad hebben voor 'gewelds- of vermogensdelicten' extra in de gaten gehouden. Dertig procent van de bewoners voelt zich er weleens onveilig, in de rest van Leiden is dat 17,1 procent.

Sad Adda, een jongerenwerker die de wijk nog niet zo lang kent, zegt dat hij door sommige jongeren met wantrouwen wordt bekeken. ,,We hebben hier wel een probleem'', zegt hij. ,,Ik heb in De Toekomst twee keer zitten praten met een jongen die zich volgens mij in criminele kringen beweegt, maar ik krijg niet echt contact. Hij zegt dat we allemaal van de overheid zijn en dat we samenwerken met de politie en de jeugdzorg. De enige hulp die hij wil, is dat hij snel geld kan krijgen. Zodat hij de nieuwste i-Phone kan kopen en een duur horloge.''

Loyaliteit

De nieuwe Wet Politiegegevens en de Algemene Verordening Gegevensbescherming spelen de politie nog wel eens parten bij het bestrijden van jongerenoverlast en criminaliteit, zegt Mustapha Ben El Fakir, operationeel expert bij de politie Leiden-Noord. ,,Vroeger kon je bij ouders aan de deur komen en met ze over hun kinderen praten. Dat mag nu niet meer als ze 18 jaar of ouder zijn. Een aangehouden jongen van 18 jaar of ouder die nog bij zijn ouders woont, zegt gewoon dat we die niet mogen informeren. Dat maakt ons werk lastig.''


En elkr verraden, dat doen jongeren in de Slaaghwijk niet, weet onderzoeker Lambregt. ,,Er heerst een grote loyaliteit. Als iemand iets heeft gedaan, vertellen ze dat niet tegen de politie. Ze willen geen 'snitch' zijn.''

Opvoeden is voor veel ouders in de Slaaghwijk een uitdaging, weet Vrijburg. ,,Ze moeten hun schoolgaande kinderen begeleiden, praten, betrokken zijn. Sommige ouders in de wijk kunnen dat helaas niet. Het zijn zeker hele goede ouders, maar zij kunnen de nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen niet bijbenen. Kinderen worden losgelaten. Dat is op zich goed, maar ze worden nauwelijks gecontroleerd. Ze gaan de straat op en ouders weten niet met wie ze omgaan en wat ze uitspoken.''

School, politie en jongerenwerk vangen dat voor een deel op. Meivogel is blij dat hij nu met 'jongere jongeren' werkt. ,,Die probeer ik dingen bij te brengen. Wat? Nou, dat er regels zijn, n dat er altijd iemand voor je is.'' Hij vindt het jammer dat jongerenwerk door de gemeente altijd op getallen wordt afgerekend; welke activiteiten er zijn georganiseerd, hoeveel jongeren daar op af kwamen. ,,Als ik er voor zorg dat n iemand niet in de gevangenis komt dan heb ik ook al heel veel geld verdiend voor de maatschappij. Dat komt in die staatjes niet naar voren.''

Bron: Leidschdagblad, 1 februari 2020