Placeholder image

’Onderwijsstaking is ’n heel krachtig signaal’

11 maart 2019
„Een heel krachtig signaal voor overheid en maatschappij dat er meer waardering moet komen voor het vak van leraar.” Zo noemt Marton de Pinth - onder wiens PROOLeiden twintig openbare basisscholen in Leiden en Leiderdorp vallen - de vierde staking in het basis- en speciaal onderwijs. Ook bij de staking van vrijdag gaan bijna alle scholen van PROOLeiden plat. Bron: Leidsch Dagblad, 11 maart 2019

„Dat een beroepsgroep zo blijft vechten, is uniek in ons land. Het maakt het signaal extra krachtig. Ik ben er dan ook van overtuigd dat het uiteindelijk resultaat zal hebben. Je merkt nu al dat de minister luistert. Zo meldde hij vorige week dat er eerder gelden vrijkomen om de werkdruk te verlagen.”

Bij de eerste twee actiedagen betaalde PROOLeiden de salarissen van stakende personeelsleden door. Inmiddels gaat de koepel ervan uit dat ze lid zijn van een vakbond en dus geld uit de stakingskas krijgen.

Het betekent niet dat de actie, die ditmaal een stuk breder is, geen steun heeft van het bestuur. „We vinden het juist ontzettend goed dat leraren door zo’n massale stakingsactie laten zien dat ze voor hun vak staan, maar ook voor de maatschappelijke impact die hun werk heeft.

Bijna alles wat in de maatschappij speelt, wordt bij leraren neergelegd. Van burgerschapvorming, gezondheid, leren omgaan met social media, passend onderwijs tot Engels in het onderwijs. Leraren gaan daar voor, mét hun scholen. Maar dezelfde maatschappij die zoveel van leraren vraagt, moet ook begrijpen dat ze daar iets voor terugvragen.”

Hoewel De Pinth vindt dat de ’financiële waardering nog steeds hiaten vertoont’, is hij blij dat het om meer dan dat gaat: „Er wordt ook heel goed duidelijk gemaakt hoeveel druk leraren ervaren. Terwijl ze voor hun vak staan en graag een maatschappelijke bijdrage willen leveren, moeten zij en hun scholen ook de klassen blijven bemensen.

Lerarentekort

Omdat er ook in deze regio steeds minder leraren zijn, werken de leraren die er zijn extra hard om de tekorten op te vangen. Ook uit betrokkenheid zijn veel parttimers bij ons meer uren gaan werken. Het betekent wel dat de rek er echt uit gaat. Er zijn ook leraren die hun opleidingsdag opgeven omdat er geen vervanger voor hun klas is. Fijn voor de kinderen, maar niet goed voor de professionele ontwikkeling van een leraar.

Tot nu toe lukt het ons nog net om vaste vacatures vervuld te krijgen, al kost het wel steeds meer moeite. Echt moeilijk is het tijdelijk vervangen van zieke leraren geworden. Daar maak ik me grote zorgen over.”

Waar De Pinth op hoopt is dat leraren, doordat ze zo goed duidelijk maken dat ze voor hun ’belangrijke vak’ staan, anderen inspireren om daar eveneens voor te kiezen. „En er net zo voor te willen gaan!”

„Over het algemeen hebben ouders begrip voor de acties”, is zijn indruk. „Soms ook kijkt men er anders tegenaan, bijvoorbeeld omdat het lastig is opvang te organiseren. Ik begrijp dat best, maar op dit moment vind ik het krachtige signaal van het onderwijsveld belangrijker. Bovendien proberen scholen zoveel mogelijk door te verwijzen naar kinderopvang.”

Hoewel hij graag had gezien dat de staking van vrijdag door meer vakbonden was ondersteund, is hij wel blij dat alle bonden in overleg zijn met de minister en zo ’de druk erop houden’. Ook vindt hij het een hele goede ontwikkeling dat bij de gelden die het Rijk beschikbaar stelt voor het verlagen van de werkdruk, schoolteams mogen bedenken hoe ze die het beste kunnen inzetten. Ook bij de gelden die een bepaalde school door de staking niet kwijt is aan salarissen, gaat dat zo werken. „Ze moeten natuurlijk wel ten goede komen aan het onderwijs.”

Bron: Leidsch Dagblad, 11 maart 2019