Placeholder image

Directeur Leidse basisschool: ’We gaan het gewoon niet allemaal doen’ (Bron: Leidsch Dagblad, Janneke Dijke)

15 januari 2016
LEIDEN - De werkdruk in het basisonderwijs is niet acceptabel, vindt 56 procent van de leerkrachten. Dat is fors meer dan hoe de gemiddelde werknemer in Nederland het ervaart: 15 procent vindt de werkdruk te hoog. De oorzaak van het zwoegen in het onderwijs: grote klassen, veel leerlingen in de klas die extra zorg vergen en een groeiende berg administratie. Een gesprek met directeur Henk Lardee van de grootste basisschool van Leiden, de Lorentzschool.
J

a, een meerderheid van de leerkrachten op de Lorentz vindt de werkdruk onacceptabel hoog, beaamt Henk Lardee. Op zijn school geven 65 docenten les aan 940 leerlingen. ,,Dat percentage herken ik. En ik herken ook het andere percentage: de mensen die het niet te veel vinden.’’

DUO Onderwijsonderzoek presenteerde afgelopen week de uitkomsten van een enquête onder basisschoolleerkrachten. Het KRO/NCRV-programma De Monitor besteedde er zondag uitgebreid aandacht aan. Niet alleen is de werkdruk veel leerkrachten te hoog, ook het percentage docenten dat een hoog risico loopt om uit te vallen blijkt fors: 54 procent.

Dat laatste percentage herkent Lardee niet. ,,Als je ons afzet tegen het onderzoek, valt het hier mee. Vandaag is vijf procent ziek thuis. Ik vindt het percentage altijd te hoog, ik wil richting de drie, of daaronder. De meeste mensen halen de eindstreep: ze blijven in het onderwijs werken zo lang als ze dat graag willen. Maar er zijn er ook die eerder met pensioen gaan dan ze wilden, omdat ze het niet meer redden. Dat vind ik spijtig. Er zijn ook stagiairs die stoppen, onder andere vanwege de werkdruk. Van sommigen is dat doodzonde.’’

Oorzaak

De oorzaak? Lardee is eerlijk: die ligt deels bij de docent zelf. ,,De mensen hier zijn enorm loyaal aan hun vak, zijn heel gedreven. Dat is positief, maar dat heeft een keerzijde: op een gegeven moment moet je accepteren dat niet alles gaat lukken.’’ En dat is moeilijk voor iemand die de intentie heeft om alles voor 200 procent te doen.

Maar de moeite die veel docenten hebben om te kiezen speelt slechts een kleine rol, vindt Lardee. De grootste veroorzaker van de hoge werkdruk is in zijn ogen de overheid: de staatssecretaris, de politiek en de onderwijsinspectie. ,,Er wordt zoveel bij ons over de heg gebonjourd. Rutte zegt: coderen is belangrijk. Eens. Er moet meer bewogen worden. Eens. We moeten pesten tegengaan. We moeten het met kinderen hebben over seksuele diversiteit. Allemaal waar. En wie moet dat oppakken?’’ Hij blijft even stil. ,,En dan wordt er tegelijkertijd gezegd: het onderwijs moet terug naar z’n kerntaak.’’

Lardee maakt zich boos over de manier waarop staatssecretaris Dekker met het probleem omgaat. In de uitzending van De Monitor zegt hij dat docenten die overbodige administratie laten vallen en in conflict komen met hun schoolbestuur, op zijn steun kunnen rekenen. ,,Tenenkrommend’’, aldus Lardee. ,,Daarmee ontkent hij het hele probleem.’’ Want juist het maken van keuzes is zo ingewikkeld in het onderwijs. ,,Je zit als leerkracht in een spagaat. Als politiek prop je de leerkracht helemaal vol, je laat 100.000 proefballonnetjes op, en dan zeg je: en nou kiezen.’’

Net zo ergert hij zich aan de boodschap van de onderwijsinspecteur in de betreffende uitzending. Die verklaart dat docenten helemaal niet zoveel hoeven te meten en vast te leggen als zij denken. Lardee: ,,Ik heb in mijn loopbaan als leerkracht en schooldirecteur meegemaakt dat er een liniaal werd gepakt en dat van elke leerling werd bekeken of hij vooruit of achteruit was gegaan. En dat er naar de citoscores werd gekeken en tegen de schoolleiding werd gezegd: je zit nu in de gevarenzone.’’

Pestprotocol

Dekker en de onderwijsinspecteur wekken de suggestie dat scholen uit vrije wil allerlei gegevens bijhouden. Lardee ontkent dat stellig: scholen doen dat omdat het moet. ,,Soms vragen ouders die hier komen kijken, of wij een pestprotocol hebben. Natuurlijk hebben we dat, er is geen school die dat niet heeft. Maar om de hufterigheid in de samenleving tegen te gaan, gaat een pestprotocol niet helpen. Pesten verdwijnt niet door een protocol, maar door kinderen het goede voorbeeld te geven. Als ik dan kijk naar het politieke debat, dan denk ik: is dit het goede voorbeeld?’’

Iets anders: scholen moeten leerlingen actief burgerschap bijbrengen, hun leren dat ze zich inzetten in de samenleving. ,,Wij laten leerlingen uit groep 8 spelen met kleuters, laten hen lezen met groep 3. Natuurlijk doen we dat! Dat zit in het genetisch materiaal van een school.’’ Het heeft iets denigrerends om een school te verplichten om zulke zaken, die bij het wezen van het onderwijs horen, in een plan te vatten, vindt Lardee.

Beschermen

Lardee probeert, waar hij kan, de werkdruk te verkleinen, om zo zijn personeel te beschermen. Op de Lorentzschool is de entreetoets in groep 7 afgeschaft, net als op veel andere scholen. ,,Dat scheelt werk: je hoeft de toets niet af te nemen, je hebt geen nagesprekken, geen analyse. Bovendien: we keken altijd meer naar de doorgaande lijn van de leerling gedurende de tijd dat hij bij ons op school zit, dan naar de uitslag van de entreetoets, dus we konden hem missen.’’

Voor de kerstvakantie besloot Lardee twee vergaderingen met het team af te zeggen. ,,Het was te druk, het ging niet. Ik heb gezegd: besteed je tijd nu even beter. Rond je werk af, of lees een boek.’’ Want het is niet goed als mensen altijd oververmoeid de vakantie in rollen.

Verder stuurt de schooldirecteur niet alle mails met leuke ideeën door naar zijn personeel. ,,Er komen prachtige aanbiedingen binnen van orkesten, musea en wat al niet meer. Op het gevaar af dat ik een filter ben: veel daarvan bespreek ik niet eens. We gaan het gewoon niet allemaal doen.’’