Placeholder image

Jonge asielzoekers model-leerlingen: ’Rust, veiligheid en liefde’ (Bron: Leidsch Dagblad, Annet van Aarsen)

11 januari 2016
LEIDEN - Bijna dertig kinderen uit de noodopvang voor asielzoekers aan de Wassenaarseweg in Leiden staan elke ochtend te trappelen om naar de Houtmarktschool te gaan. De honger naar kennis bij deze groep is enorm. Ongekend: vlak voor de kerstvakantie waren ze zonder uitzondering teleurgesteld toen ze hoorden dat ze een paar weken vrij hadden.

Ze hadden net drie halve dagen proefgedraaid”, zegt Linda van der Zaag, projectleider onderwijs aan vluchtelingen en locatieleider Houtmarkt. „En toen hebben we ze met handen en voeten uitgelegd dat ze vakantie hadden.” Dat was even een tegenvaller voor de groep.

„Drie kinderen uit Mongolië, twee uit Irak en de rest uit Syrië”, weet Van der Zaag over de herkomst van haar leerlingen. „In totaal 29 kinderen. Sommigen zijn al een of twee jaar niet naar school geweest, sommigen hebben nog nooit een klas van binnen gezien. Ze willen heel graag leren, dat merk je aan alles. Ze zuigen kennis in zich op.”

Shadi

Inderdaad, de leergierigheid spat ervan af. In de groep met de oudste kinderen van leerkracht Mirjam zit Shadi zijn sommen te maken. Als ik langs loop, trekt hij me aan mijn arm. „Is dit goed”, vraagt hij, terwijl hij naar de optelsommen wijst. Reken maar niet dat je weg kunt lopen, voordat alle sommen zijn nagekeken.

„Het is improviseren”, zegt Van der Zaag. „Veel handen- en voetenwerk. We hebben een leerkracht die Arabisch spreekt. En er zitten kinderen bij die Engels spreken. De kinderen kennen elkaar goed, ze trekken al een paar maanden met elkaar op. Ze helpen elkaar.”

Benoemen

In minder dan een maand tijd is de vluchtelingenschool uit de grond gestampt. Opmerkelijk, Van der Zaag begon met praktisch niks. „Organisatorisch was het een behoorlijke klus”, zegt ze. „We moesten heel snel de leerkrachten benoemen - het zijn er zes, allemaal duo-banen - en een programma samenstellen. Tafeltjes en stoelen regelen, digiborden en andere inrichting. Iedereen werkt mee, andere scholen hebben gegeven wat ze over hadden.”

En dan het lesmateriaal. Er is heel veel op de markt onder de noemer NT2 (Nederlands als tweede taal) maar lang niet alles is geschikt voor deze groep.

„Ook op dit gebied wordt gelukkig heel veel gedeeld”, zegt Van der Zaag. „We zijn natuurlijk niet de enige stad in Nederland waar deze kinderen zijn terechtgekomen. Het speelt in heel veel steden en dorpen.”

Judith Verbij is de intern begeleider op de school. Zij haalt kleine groepjes kinderen uit de klas om ze apart les te geven. Klanklessen bijvoorbeeld.

„Veel wat we doen is gericht op taal. Heel belangrijk. En rekenen staat dus ook op het programma.” Ze wordt zelf heel vrolijk van de groep. „Ze zijn zo eager, ze willen zo graag. Daar word je heel blij van.”

Gezinshereniging

Hoe zit dat dan? Zijn er helemaal geen problemen? De kinderen hebben op de vlucht van alles meegemaakt. Vaak is de helft van het gezin achtergebleven. Onzekerheid is op dit moment de grote constante in het leven van de vluchtelingen in de noodopvang. „We zijn nog maar net begonnen, we zien dat nog niet zo terug bij de kinderen”, zegt Verbij. „De ouders hebben het inderdaad allemaal over gezinshereniging en maken zich veel zorgen. Maar de kinderen leven met de dag.”

Het is ook niet de taak van de leerkrachten om daar iets mee te doen. „We kunnen het signaleren maar dan zijn er specialisten die daar mee aan de slag moeten”, aldus Verbij, terwijl ze de klas van meester Menno binnenloopt.

Daar zitten de kleuters te spelen met klei en vingerverf. Een paar meisjes hebben een mooi schilderij gemaakt met handafdrukken. De kinderen willen allemaal vertellen hoe ze heten.

In een lokaal verderop geeft meester Renk Jan les aan een klein groepje. Hij laat plaatjes zien en noemt het Nederlandse woord. „De juf, de meester, de pen, het potlood, de streep...” De kinderen zeggen het nu al accentloos na, in koor.

Fysiek

Hij heeft jaren ervaring met niet-Nederlandstalige kinderen, onder andere op de Internationale School in de Merenwijk. „Ik werd maandagavond gebeld of ik kon komen, ik ben dinsdag begonnen”, zegt hij, om vervolgens met veel theatrale gebaren verder te gaan met de les. De kinderen moeten gaan staan als ze de klank ’aaa’ horen in een woord. Het is een leuk spelletje.

„Dat werkt, fysiek bezig zijn, bezig met je lijf”, zegt hij. De wil om te leren is volgens hem kenmerkend. „Ze willen erbij horen. Het is een lekker clubje. En wij geven ze hier rust, veiligheid en liefde.”